Hoe Tinus Rep de vriendschap van een gereformeerde broeder verspeelde

winkelBegin jaren vijftig opende Tinus Rep een sigarenwinkel aan de Meidoornstraat. Met een vooruitziende blik: dit deel van Zaandam ging de komende jaren sterk uitbreiden. Zijn activiteiten kostten hem wel de vriendschap met een broeder van de gereformeerde kerk.

‘Wie is er aan de beurt?” Het was vol in de sigarenwinkel van Rep aan de Meidoornstraat. Het was zaterdag, de mensen in de straat hadden hun weekloon gebeurd en kwamen nu hun rokertje voor het weekend halen. Tinus Rep was niet iemand voor een gezellig kletspraatje met de klanten, maar je kon zien dat hij in zijn hum was.
Op de toonbank had hij een openstaande doos neergezet met sigaretten, waaruit de klanten er eentje konden pakken om op te steken. Op de schappen achter de winkelier stonden de sigarettenpakjes netjes uitgestald. Een mooi stapeltje, en vóór elke stapel een pakje rechtop, zodat je kon zien welk merk het was. Virginia oftewel Engelse sigaretten zaten meestal in stevige kartonnen doosjes: Miss Blanche, John Harris, Three Castles, Golden Fiction, 7-7-7, 3-3-3. Amerikaanse sigaretten hadden papieren verpakkingen: Roxy, Everest, Wings, Gold Star, Esquire of het dure Lucky Strike en Camel. Egyptische sigaretten, met hun kenmerkende ovale vorm, hadden hun vooroorlogse populariteit nooit weten te herwinnen. Shag stapelde minder mooi, dus die had Tinus Rep in dozen onder de toonbank gezet: Javaanse Jongens (wat hij zelf graag rookte), Zware Van Nelle (‘de Weduwe’), Ibis, Winner, Captain Grant. Sterling (‘Sta Op Sterling’).
Maar het mooiste product waren de sigaren: Panter, Havana, Derk de Vries (‘Ik verkies… Derk de Vries’). Verreweg de meeste klanten prefereerden trouwens de Nederlandse bolknak: dikke sigaren in de vorm van een zeppelin. Rep had een klein schaartje waarmee hij desgewenst het puntje voor je afknipte – alles voor de klant, en nooit ‘nee’ verkopen. Hij was dit avontuur een jaar geleden begonnen, en het zag ernaar uit dat zijn visie klopte. Die luidde: net als brood, melk en groente heeft een mens altijd een rokertje nodig. Het was 1952, Tinus Rep was mijn vader. Zijn visie zou overigens geen stand houden, en dat zou hem zelfs een vriendschap kosten.

De Uithoek

Op een zonnige lentedag in 1951 reed een verhuiswagen de Zuiddijk af. De bestemming was de Meidoornstraat, en de enige manier om daar te komen, was linksaf te slaan bij de kruidenierswinkel van Grauw op de kruising met de P.J. Troelstralaan – iedereen noemde dat nog het Weerpad – en de Conradstraat, daarna direct weer linksaf, de Wilgenstraat in, en dan meteen weer rechts, bij de winkels van groenteboer De Heer en melkhandel Onrust, de Meidoornstraat in.
De wagen stopte bij nummer 55. Dit was het einde van de straat en het laatste stukje Zaandam. Afgezien dan van het ‘Weerpad’, dat doorliep helemaal tot Oostzaan. De buurt heette niet voor niets de Uithoek. In deze uithoek zou mijn vader zijn nieuwe toekomst opbouwen.
Tinus Rep was een paar jaar voor de oorlog getrouwd zonder dat hij een vaste baan had. In de jaren dertig, de crisistijd, was hij weinig succesvol handelsreiziger in pudding, koek en gebak geweest en hij had bij Zwaardemakers Mengvoeders aan de Oostzijde een blauwe maandag meelzakken gesjouwd. Daarna kwam de oorlog, waarin hij wat geld verdiende met de fabricage van houten kinderspeelgoed. Na de oorlog was een fabriek in tabakspijpen begonnen aan het Breedweer in Koog aan de Zaan, niet ver van ons huis aan de Vioolstraat in Koog. Toen die onderneming, Rekoza geheten, het ook niet redde, ging hij voort op het pad van de rookartikelen. Hij haalde zijn middenstandsdiploma en tabaksvergunning en koos een woning in Zaandam, in een buurt die de komende jaren sterk zou uitbreiden.
nieuwe brugTinus Rep had het goed gezien. Haaks op de Meidoornstraat werd de Wibautstraat aangelegd. Er verrezen flats van wel drie, vier verdiepingen hoog en een jaar later werd de ‘Nieuwe Brug’ tussen de Kepplerstraat en de Wibautstraat officieel geopend door de Commissaris van de Koningin. Opeens was de Meidoornstraat beter bereikbaar voor de rest van de wereld. De Meidoornstraat werd verlengd: aan de overkant van de Wibautstraat werd de ‘Nieuwe Buurt’ gebouwd, met zijstraten als de Cederstraat, de Dennestraat en de Taxusstraat. De speeltuin waar wij op de glijbaan en de schommel speelden en waar wij als lid van Buurt- en Speeltuinvereniging De Uithoek altijd in mochten, moest plaats maken toen de Wibautstraat werd doorgetrokken, helemaal tot aan het verlengde van de Zuiddijk, dat hier Noorder IJ- en Zeedijk heette.

Verbouwing

Maar voor het zover was, was al het nodige gebeurd in ons nieuwe huis. Ik had drie super-ooms die alles met hun handen konden. Binnen een paar weken hadden zij de voorkamer vertimmerd tot een echte winkel. Dat wij daarna alleen nog maar de beschikking hadden over een piepkleine achterkamer, maakte ons niet uit. We hadden nu een schitterende toonbank in de winkel, de schappen stonden vol met mooi uitgestalde pakjes sigaretten en sigaren, onder de glazen plaat van de toonbank lagen de prachtigste pijpen te glimmen. Op een goede dag kwam ik thuis van school en zag ik hoe een reclameschilder in sierlijke letters op onze voorruit schilderde ‘Sigarenmagazijn Rep’ en daaronder, in wat kleinere letters ‘Tel. 5527’. Naast de voordeur kwam een sigarettenautomaat te hangen, zodat je ook ’s avonds je nicotinebehoefte kon bevredigen zonder aan te hoeven bellen.
Maar ’s zondags eerbiedigde de winkelier de zondagsrust en werd de automaat leeggehaald. Wij wandelden dan gezamenlijk naar de gereformeerde Zuiderkerk, net over de Nieuwe Brug. Vader Rep maakte daar graag een praatje met collega-winkelier Wagenaar, die verderop, in de Sparrestraat, een kruidenierswinkel dreef.

Nederl ElftalWagenaar was een aardige man, en hij had televisie. Op zondag mochten wij geen voetbal kijken, maar als er een wedstrijd door de week werd uitgezonden, keek Tinus Rep graag. In oktober 1959 werden we bij broeder Wagenaar thuis uitgenodigd voor de wedstrijd West-Duitsland-Nederland. Vooral door de schuld van de blunderende doelman Eddy Pieters Graafland verloor Holland met liefst 7-0.

Ook voor Dames

Tinus Rep kwam er al gauw achter dat zijn toekomstvisie maar ten dele werkte. Aan rookwerk viel niet veel te verdienen. De winstmarge op een pakje sigaretten bedroeg net 10 procent. Vanaf het begin verkocht hij snoep om de winst te vergroten. Het assortiment werd daarna steeds verder uitgebreid. bij Rep kon je na een tijdje ook terecht voor snoep, nylonkousen, tijdschriften (er zaten ook enkele blootbladen bij, die hij echter retourneerde aan de leverancier, gelukkig pas nadat ik ze had kunnen bekijken). ‘Sigarenmagazijn Rep, óók voor Dames’ werd de reclamespreuk, die op de stencils stond die wij ’s avonds huis aan huis bezorgden in de Meidoornstraat, Abeelstraat, Lijsterbesstraat, Acaciastraat, delen van de Zuiddijk tot en met het Vissershop aan toe.
Het ging Sigarenmagazijn Rep voor de wind. Begin 1960 kon de winkelier het belendende hoekhuis, waar de familie Kraaier woonde, toevoegen aan de winkel. De hele begane grond van nummer 55 werd nu bij de zaak getrokken. Trots nodigde hij zijn vriend broeder Wagenaar uit om een kijkje te nemen.
winkel verbouwdDie stond perplex. In plaats van een sigarenzaak met wat koek en snoep als bij-artikelen, zag hij nu een complete buurtwinkel met een breed assortiment, waar, oh ja, ook nog rookwerk werd verkocht.
Tinus vertelde het met een mengeling van trots en schuldgevoel toen we ’s avonds aan de aardappelen met spruitjes en een slavink zaten. Hij voelde zich er toch een beetje ongemakkelijk onder. Maar de nieuwe tijd was niet tegen te houden. De welvaart groeide. De winkel werd aan de achterkant uitgebreid met een postagentschap. In 1967, toen hij 63 jaar was, had Tinus Rep genoeg bij elkaar gespaard, zodat hij kon stoppen met werken. Hij verkocht de zaak en ging in Castricum rentenieren.
De vriendschap met de kruidenier is nooit meer goed gekomen. Kort na de uitbreiding van Sigarenmagazijn Rep ging Wagenaar ook sigaretten en shag verkopen. Aan de gevel van zijn winkel hing hij een paar sigarettenautomaten op. Nooit  zijn we meer uitgenodigd naar een voetbalwedstrijd te komen kijken.

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op de website van ‘De Zuidkanter’