Wieger Rozema fietst langs hoge fabrieken en indrukwekkende vrachtwagens naar de stad.

De Oostzijde was een begrip voor ons, een levensader om uit de Belgischestraat weg te komen naar de stad. In mijn verste herinneringen is het beeld van de Oostzijde donker, door de hoge fabrieksgebouwen. Er drong volgens mijn herinneringen nauwelijks zon door. Een minstens zo sterke herinnering is de geur, zwaar, zoet, naar chocolade, speculaas, taai-taai. Of chemisch - vast door de oplosmiddelen voor de verf van Pieter Schoen.

Voor mij was het hart van de Oostzijde natuurlijk de Belgischestraat, alle boodschappen, die ik als kleine jongen deed, waren in de buurt. Vrijdags kochten we vis bij Dirk Tel op de hoek, naast de kapper. Voor deze visboer spaarden we oude kranten, die dan ook op een bepaalde manier moesten worden opgevouwen. Daar kregen we een beloning voor. Verderop ,voorbij de Schoolmeesterstraat, was de Caltex, een benzinestation,waar ook de broodnodige petroleum werd geschonken. Met peterolie bakte moeder Gees op een stelletje iedere zaterdagavond een krentenbrood, met peterolie werd soms gestookt, zeker voor het kacheltje in de schuur, en voor de kacheltjes in de kamers van de studenten. Bij de slager op de hoek tegenover de Caltex was ik gewoon om iedere zaterdag twee pond magere paardenlappen te kopen, die werden dan ook op een peteroliestelletje gaar gesudderd.

oostzijde caltexIn de Schoolmeesterstraat, één straat achter de onze, woonde de familie Vis. Aukje had daar kennis aan een van de kinderen, Jelte was ongeveer een leeftijdgenoot van Wijnand en ik was een klasgenoot van Marja. Marja had een goed stel hersens, zij presteerde zeer goed op de Talmaschool van meester Anton Zwijnekeutel. Echter haar geslacht bepaalde dat zij niet werd geselecteerd voor de groep die voor de start van de lessen bijlessen kreeg in o.a. Frans. Het resultaat was dat zij geen toelatingsexamen deed voor de Christelijke HBS, ik wel en zo liepen onze paden drastisch uiteen. Selectie in de zestiger jaren.

Haar broer Wijnand zat volgens mij in de vijfde klas toen ik naar de eerste fietste op de Parkstraat. Door de Oostzijde, de brug over en dan de Westzijde af, langs de Bullekerk, de Parkstraat in. Wijnand vond mij kennelijk wel de moeite waard om me zo nu en dan aan te spreken. Zo kan ik me herinneren dat Wijnand ooit eens aan mij vroeg: "Wanneer vind jij een meisje nou knap, leuk om te zien?" Ik ,enthousiast over zoveel positieve aandacht, begon over knappe koppies; ooit had ik me trots de vriend van Rita Kievit kunnen noemen, een meisje waarvan ik nog de herinnering heb dat ze een heel leuk gezicht had. Wijnand vroeg mij toen olijk: "Kijk je nooit naar de benen?" Daar had ik nog nooit bij stilgestaan. Maar ik heb de les nooit vergeten. Op mijn twaalfde jaar werd mijn mensbeeld alsmaar vollediger.

Terug naar de Oostzijde. Als lagere schooljongen hebben de vele grote vrachtwagens bij Pieter Schoen, bij Albert Heijn en bij Zwaardemaker altijd veel indruk op mij gemaakt. Ik vond en vind het altijd boeiend om naar die grote trailers te kijken. Aan de overkant van de fabrieken van Albert Heijn ongeveer bij de Grootscheepmakersstraat woonden de Middelhovens, herkenbaar aan de grote sleeën die daar altijd geparkeerd stonden. Daar leerde ik van onze buurjongen,Frans Kruyver, de namen 0ldsmobile, Pontiac en Chevrolet kennen. Het boeide me enorm. In de gereformeerde hoek kende ik die extreme weelde niet zo goed. Alleen een beetje vanuit de achtergrond die vader Auke aangaf bij de ouderlingen die in het bankje zaten van de Noorderkerk. Daar waren ook wel autorijdende procuratiehouders bij, die een bar goede stiel hadden bij Bruynzeel, Verkade of Albert Heijn. Maar zo extravagant als de Middelhovens, nee.

Aan de overkant van onze huisbakker De Zeeuw heb ik urenlang staan kijken naar het achteruit manoeuvreren van grote trucks bij Zwaardemaker. Daar vlak naast woonde ook een klasgenootje van me, Dick Nierop. Siem de Vries,een vriend van mijn vader, met zijn aardige en knappe vrouw, in mijn geheugen een beetje Anneke Grönloh-achtig, werkte daar ook in de buurt, vlak naast meubelbedrijf My Home. Siem de Vries was weer de vader van Jan de Vries, ook weer een klasgenoot van me. Achteraf realiseer ik me keihard hoe scherp we als klasgenoten gescheiden zijn door de selectie van de middelbare school. Want de meeste van mijn lagere schoolklasgenoten heb ik na de hbs en daarna verhuizing naar Utrecht nooit meer gezien.

Ik kap ermee. De Zaan heeft tal van herinneringen voor mij. Ook aan Kees Kruyver, waarvan het verhaal rondging, dat hij eens in de zomer iemand te lang had ondergedrukt in de Zaan, waar we toen in zwommen. Kees was toen ineens een tijd weg, woonde niet meer thuis. Als jongste 'poepie' thuis heb ik lang niet alles helder begrepen.