In de kelder vond Meintjes bruiloft plaats

kelder large

In april 1989 ging Martin Rep op bezoek bij de nieuwe bewoners van het huis aan de Zuiddijk, van waaruit Opoe Rozema jarenlang de familie bestierde.

Het huis aan de Zuiddijk 307 te Zaandam was het trefpunt van alle neven en nichten Rozema, want daar woonde Opoe Rozema, de weduwe van Jelte Rozema. Op Nieuwjaarsdag kwam je daar om iedereen 'veel heil en zegen' toe te wensen en met elkaar te spelen in het spannende huis. 

Maar voor de ooms en tantes was het de ouderlijke woning. Hun vader kocht het in 1922. Alle verloofde stellen zijn er gefotografeerd met het huis trots op de achtergrond. De reusachtige kelder deed meer dan eens dienst als bruiloftzaal. Meintje Jacobje Rozema woonde er tot haar huwelijk in 1935.

Ik parkeer tien meter verderop en bel aan. Mevrouw Van Nek is niet eens verbaasd over mijn verhaal: dat mijn grootmoeder, mevrouw Rozema, hier heeft gewoond, en dat ik graag een afspraak wil maken om eens te komen zien hoe het nu is, omdat ik er een stukje over wil schrijven voor de familiekrant.

'Komt u niet even binnen?'

De gang, zie ik in de gauwigheid, is nog hetzelfde, met de trap naar boven. 'Denkt u om het opstapje', waarschuwt mevrouw Van Nek als ze me wijst op de drempel tussen gang en kamer.
'Loopt het nog altijd zo scheef', vraag ik, om te laten zien dat ik het huis écht van vroeger ken. Nee, dat niet, maar vandaar juist dat opstapje; dat overbrugt nu de hoogteverschillen. De kamer is een schok: het is een grote ruimte geworden, met weer een opstapje op de grens tussen voor- en achtergedeelte waar zich ooit de tussenwand en de schuifdeuren bevonden. Een soort open haard of schoorsteenmantel in het achterste gedeelte.
'Hier aan de voorkant woonde vroeger mijn grootmoeder', vertel ik, 'en daar achter meestal een inwonend gezin.' Daar weet mevrouw Van Nek nog alles van. In de achterkamer was een boog, weet ze nog. Maar veel zullen we niet meer herkennen, voorspelt ze. Er is flink verbouwd.

Drie dossiers

In het gemeentearchief van Zaanstad bevinden zich drie dossiers over het woonhuis Zuiddijk 307. In de eerste map bevindt zich de aanvraag tot de bouw door de Zaandammer A.B.G. Verheul. Op 30 augustus 1902 richtte hij zich tot B en W van Zaandam om vergunning voor het bouwen van 'een huis met twee woningen', volgens een in tweevoud overgelegde schets 'op een terrein, gelegen aan de Zuiddijk nabij het Weerpad'. Het verzoek eindigt met een merkwaardig p.s.: 'Bij de aanvraag om een speelgoedfabriek te bouwen is een uittreksel van het kadaster gevoegd. Beide gebouwen komen op hetzelfde terrein.' De beloofde schetsen zitten niet in de map en het vraagstuk van de speelgoedfabriek blijft.

Twee weken na de aanvraag namen B en W, na een positief advies van gemeentearchitect J. van der Koogh, een voor Verheul gunstig luidend besluit. Een paar maanden later, 20 december 1902, stuurde burgemeester W.B. Latenstein namens het college aan Verheul een mededeling dat de huizen de nummers 307 en 309 zouden krijgen. Afmetingen, plaats en kleuren van de huisnummerbordjes waren nauwkeurig voorgeschreven: de plaatjes moesten van metaal zijn, tien centimeter in het vierkant, 'tegen den voorgevel aan de rechterzijde van den ingang' te plaatsen. De bovenkant van het plaatje moest twee meter boven de begane grond komen, de cijfers moesten zwart zijn op een witte achtergrond.

Nieuwe voorgevel

De volgende map dateert van 1939 en bevat een bouwaanvraag voor een geheel vernieuwde voorgevel. J.Rozema diende het verzoek in op 25 juli 1939, toen hij er al zeventien jaar woonde. Op 5 juli 1922 had hij het huis voor 2850 gulden gekocht van Hendrik de Jong, wonende te Zaandam. De voorgevel was, ongetwijfeld door de drassige bodem, flink gaan verzakken. De bouwtekeningen van de ,,bestaande'' en de ,,gewenste'' situatie maken dat duidelijk. Bouwbedrijf J.Kakes wilde het werk wel doen, voor duizend gulden. De goedkeuring wordt op 4 augustus 1939 verleend onder het voorbehoud dat nummer 309 zonodig zal worden geschraagd of geschut. De gevel wordt helemaal vernieuwd, maar blijft uiterlijk hetzelfde; alleen staat ie na de verbouwing recht. Eronder zijn een betonbalk aangebracht alsmede dertien heipalen van acht meter lengte.

De derde map bevat een groot aantal bouwaanvragen van mensen die ik niet ken - tot ik stuit op een aanvraag van mijn grootmoeder,ingediend op 10 januari 1958. Opoe vroeg een bouwvergunning voor het plaatsen van 'een wc in een bestaande woning, en het plaatsen van een septic tank'. Voorheen bevond zich een tonnetje in de kelder, waar je via een steile trap moest komen. Blijkens de bouwtekening werd die trap vervangen door een draaitrap. Het platje bovenaan de trap kwam op die manier vrij voor een wc. Ook nu weer deed Kakes het werk. Het kostte bijna de helft meer dan de complete voorgevelvernieuwing van bijna twintig jaar daarvoor: 1434 gulden. De aanvraag werd verleend bij besluit van B en W van Zaandam van 6 maart 1958.

Nog steeds scheef

raam zuiddijk

Na 1970 is er nog veel meer verbouwd aan het huis. In 1970 kwamen Freek en Joke van Nek in het huis wonen. Freek was verliefd geworden op de kelder, vertelt Joke. Ze zet koffie in de keuken die nog steeds op de plaats van de oude keuken is, maar niet langer vanuit de gang bereikbaar. Het is een open ruimte geworden, een soort uitbouw van de woonkamer. Een dubbele woonkamer, want natuurlijk hebben Freek en Joke Opoes voor- en achterkamer bij elkaar getrokken. Halverwege, op de plek waar ooit de altijd dichte schuifdeuren zaten, is nu een afstapje van zeker tien centimeter om het hoogteverschil te overbruggen - zo scheef is het huis nog altijd. Op dezelfde manier verspringt het plafond.
Waar vroeger de ramen van de inwoning zaten die je omhoog kon schuiven, bevinden zich nu openslaande deuren naar een ruim balkon. Joke laat de foto's zien van het heien, dat Freek zelf heeft uitgevoerd. De achtermuur was niet zo sterk dat ie dat zelf kon dragen.

Bijna alles is veranderd, maar alles is ook herkenbaar. De trap naar boven heeft alleen nog maar een leuning aan de muur, maar de brede trede is er nog altijd, net als het ovale raampje boven.'Het huis met de gekleurde raampjes', noemen ze het, vertelt Joke: 's avonds als boven het licht brandt en het is donker aan de Dijk, herken je het van ver.

Zelfde sleutel

Boven is er niet zo heel veel veranderd. Wel heeft het kleine 'onke' kamertje direct achter de trap een groter dakraam gekregen. De gang beneden, direct na de voordeur, houdt op waar ooit de toegangsdeur tot de wc was. In de bovenste kelder heeft Freek een mooie badkamer getimmerd. De onderste kelder is nog heel goed herkenbaar, zelfs de vier houten treden naar van boven naar beneden zijn er nog, de groene deur naar buiten/achter is nog altijd dezelfde en er steekt dezelfde sleutel in.

Freek en Joke hebben de tuin kunnen vergroten tot de sloot aan toe. Mevrouw Zwart, van de boerderij ernaast, vond dat wel goed. Toen zij er niet meer woonde, is dat huis gekraakt geweest; de familie Van Nek heeft het gebruik van de tuin toen laten legaliseren (de grond onder het huis is in erfpacht uitgegeven door de Polder Oostzaan). De stenen trap naast het huis, omhoog, is er nog, maar ze is niet meer zichtbaar. Er is een schuur-in-twee-verdiepingen opgebouwd. Het onderste deel, een rommelruimte, is bereikbaar via het erf; het bovenste deel, een fietsenhok, vanaf de Zuiddijk. We lopen naar het water van de sloot langs de Wilgenstraat. Freek en Joke hebben een eigen steigertje, en een boot die in de grote tuin is neergelegd. Aan de overkant zoek ik de winkel van groenteman De Heer. Maar die is ook al verbouwd.

Uit: It Gouden Hert nr 1, mei 1989