Meintjes grootvader:

Theunis Tiedes Rozema (1849 - 1922)

TunnisRozema

Alleen op hoogtijdagen zette Meintje Jacobje Rozema wel eens een fles op tafel: zoete Spaanse wijn of advocaat met heel veel slagroom. Je zou bijna denken dat ze uit een geslacht van geheelonthouders stamde. Dat is niet waar. Haar grootvader Theunis Rozema hield wel erg veel van een slokje.

Theunis Rozema is van jongs af aan blind aan één oog. Hij raakte dat oog kwijt óf door het ontploffen van een vuurpijl óf door het ontploffen van een kogel, waarmee hij als kwajongen zat te prutsen. Zijn leven gaat niet over rozen. Hij verliest zijn vader als hij nog geen twee jaar is en groeit op in het gezin van Jan Jans Mast, met wie zijn moeder trouwt. Hij verliest ook Jeltje, zijn eerste vrouw, en Jacobje, zijn tweede vrouw. Een boedelbeschrijving, op last van de kantonrechter, laat de economische ramp zien, die deze vroege dood veroorzaakt.

Uit Jeltje wordt Andries geboren. Jacobje schenkt Theunis drie kinderen: Tiede (geb. 1879, vernoemd naar Theunis' vader); Gaukje (geb. 1880; naar de moeder van Jacobje), en Jelte (geb.1882, Meintjes vader, vernoemd naar de vader van Jacobje). Jacobje sterft twee jaar na de geboorte van Jelte, nog geen dertig jaar oud. Theunis trouwt een jaar later voor de derde maal; ditmaal met Antje de Vries uit Wijcel. Zij is dan 40 jaar, en 41 jaar als ze een zoon ter wereld brengt, die Koop wordt gedoopt.

Teun Rozema, op wie pake Theunis Tiedes erg gesteld was, heeft goede herinneringen aan zijn grootvader. Volgens hem was pake Theunis Tiedes een eerste klas beurtschipper was en had hij het snelste schip van Friesland. Hij en zijn vrouw Antje hadden naast de beurtvaart een winkel in Oldelamer. Moesten er boodschappen worden weggebracht, dan ging dat met de hondenwagen, die getrokken werd door drie grote doggen. Andries, de oudste zoon, kon goed met die hondenwagen overweg. ,,Hij zat dan op het deksel met een Spaans rietje en dan liepen ze tegen een paard op'', aldus Teun.

Boeren boycotten Theunis

Theunis Tiedes kreeg het aan de stok met de boeren, toen hij Friese socialisten, aanhangers van Pieter Jelles Troelstra, naar hun eerste meeting in Sneek voer. Dat was niet naar de zin van de Friese boeren, die hem voortaan geen enkele vracht meer gunden. ,,Aangezien de vracht in het café‚ werd opgedragen, werd daar op den duur meer verteerd dan verdiend, wat ook uiteindelijk de ondergang van de winkel werd'', aldus zijn kleinzoon Teun. Diens broer Auke weet dit aan te vullen. ,,Pake Theunis lustte graag een borrel en zat dan vaak te lang in de herberg'', aldus Auke, ,,Ze hadden een winkel waar van alles te koop was. Maar dat ging steeds meer achteruit, omdat er niet voldoende geld was om te bevoorraden.'' Als beurtschipper kreeg Theunis vaak van zijn klanten geld mee om bestellingen in te kopen. Maar aangezien de meeste zaken in de herberg werden afgehandeld en Theunis een man was die van een glaasje en een praatje hield, ,,moest er soms van het handelsgeld worden bijgepast om de vertering te betalen. Zo kwam het van de regen in de drup''. En allemaal door die Friese boeren. De drankzucht van Theunis gaf thuis zoveel problemen, dat zijn zoons Tiede en Jelte van huis wegliepen, toen ze 16 jaar waren.

Kleinzoon en naamgenoot Teun Rozema (geb. 1909) heeft goede herinneringen aan zijn grootvader. Volgens hem was pake Theunis Tiedes een eerste klas beurtschipper was en had hij het snelste schip van Friesland. Hij en zijn vrouw Antje hadden naast de beurtvaart een winkel in Oldelamer. Moesten er boodschappen worden weggebracht, dan ging dat met de hondenwagen, die getrokken werd door drie grote doggen. Andries, de oudste zoon, kon goed met die hondenwagen overweg. ,,Hij zat dan op het deksel met en Spaans rietje en dan liepen ze tegen een paard op'', aldus mijn oom Teun.

Teun was ook een goede schaatsenrijder en won met schoonrijden wel eens een eerste prijs. Een keer bestond die uit een zilveren sigarenpijpje met een paard erop, zo weet kleinzoon Teun zich goed te herinneren. ,,Er was op gerekend dat een boer de prijswinnaar zou zijn. Vandaar het paardje erop. Nou, dat was niet naar de zin van pake Theunis. Die wou niet roken uit een pijpje met een paard erop. Zodoende kreeg ik op jeugdige leeftijd al een zilveren sigarenpijpje, dat ik nog steeds heb.''

Ziek in de bedstee

Auke heeft pake Theunis één keer ontmoet. Dat was nadat Theunis al een paar keer een beroerte had gehad en op sterven lag: ,,Ik kan me nog herinneren hoe hij in een bedstee lag, en met eten de grootste moeite had. Hij hoestte en rochelde aan een stuk door. Wij, de kinderen zaten toen te eten in het voortuintje. Het was erg aangrijpend al met al.'' Theunis Tiedes Rozema overlijdt op 31 maart 1922 in zijn winkelhuisje aan de Grindweg in Oldelamer. Hij bereikt de leeftijd van 73 jaar.

Boedelbeschrijving na het overlijden van Teunis’ vrouw Jeltje

Uit: In Hert fan Goud door Jelte en Martin Rep