Meintjes jongste broer:

Auke Rozema (1914– 2002)

auke hoed

Auke Rozema, de jongste broer van Meintje, heeft een leven lang hard gewerkt bij scheepstimmerwerf E.G. van de Stadt in Zaandam. Hij werkte al vanaf zijn dertiende jaar. Zijn eerste baan was bij een tuinderij in Oostzaan. Een jaar later kreeg hij werk in Zaandam bij meubelmaker IJff op de Zuiddijk, weer later bij Zeegers en hij had nog een aantal baantjes, tot hij in april 1934 via de Arbeidsbeurs bij Van de Stadt terecht kwam voor één seizoen. Maar Auke wilde er graag langer werken en nam daarom steeds beleefd zijn hoed af als hij Van der Stadt tegenkwam, bij de Vinkenstraatkerk bijvoorbeeld. Het lukte. Van der Stadt sprak hem eens aan met de woorden: "Auke, hoor eens. Ik zie wel weer kans op werk voor je." Dat was in 1935. Meer dan veertig jaar is hij op de scheepswerf gebleven.

Auke bewoog zich als gereformeerde jongen voornamelijk in gereformeerde kringen. Op catechisatie leerde hij Klaas Fortuin kennen en later diens zusje Geeske.

auke bakfietsDe Fortuins kwamen uit Friesland, waar vader vrachtschipper was. Maar na de strenge winter van 1928-'29 zag vader Fortuin geen kans meer de kost te verdienen voor zijn vijf dochters en twee zoons en besloot hij Friesland te verlaten. Met hun schip trokken ze van Friesland naar de Zaanstreek. In de haven van Amsterdam zag Geeske, toen 14 jaar oud, voor het eerst van haar leven Indische bedienden. "Heit, wielden", riep ze verbaasd. Fortuin werkte eerst in Assendelft aan aan- en afvoerwegen voor de pont van Buitenhuizen en voor de Hembrug, later bij de bouw van de Fordfabrieken aan het Noordzeekanaal. Geeske vond het niet zo leuk dat ze op een schip woonde en schaamde er zich een beetje voor. Ze durfde het aanvankelijk ook niet tegen Auke te zeggen. Ze hield het vaag en zei dat ze aan het einde van de Ringdijk woonde.

schipfortuinAuke en Gees trouwden en gingen eerst op de Halstraat wonen, later (in 1941) in de Belgischestraat, waar ze hun mooiste tijd beleefden. Auke was ouderling in de gereformeerde Noorderkerk, zwaar werk dat hij desondanks als een erebaan zag. Op Koninginnedag hing hij als enige in de straat de vlag uit, maar verder ging hij op zo'n dag eerder het huis schilderen dan feestvieren. Ze hadden bijzondere buren. Aan de ene kant de broers Tromp, aan de andere kant de familie Goudriaan. De broers waren vrijgezel. De ene was bakker, de andere elektricien. Goudriaan was communist met een gereformeerde achtergrond. Dat leidde vaak tot vinnige gesprekken met Auke. De kinderloze Goudriaans waren dol op de kinderen van Auke en Gees. Een van hen herinnert zich dat buurman Goudriaan 'tot vervelens toe' wekelijks witvis bracht.

auke trouw

Kleding, fiets, speelgoed, bijna alles werd zelf gemaakt en heel gedegen en leuk. Gees bemoederde haar kinderen met toewijding. Ze fietste overal op af, kende heel veel mensen in Zaandam en maakte makkelijk een praatje. Als het even kon ging ze even kijken bij de huwelijksvoltrekkingen op het oude stadhuis van Zaandam. Ze staat - op de achtergrond met de fiets in de hand - op onnoemelijk veel foto's van bruidsparen.

Hoe ze ook naar hun zin hadden aan de Belgischestraat, ze zijn er toch niet blijven wonen. Auke werd onzeker door een paar vermeende gebreken aan het huis. Zijn zwager Herman Roode had kritiek op het metselwerk. Het huis stond ook wat lager dan andere woningen: het zou wel eens kunnen gaan verzakken.

Toen Auke op een goede dag een huis aan het einde van de Zuiddijk zag, was hij meteen verloren: met een grote kelder, en nog vlak bij zijn werk ook! De kinderen vonden het niet leuk en Gees miste de buren heel erg, en de kerk was ook veel verder weg. Maar Auke schaafde en timmerde dat het een lieve lust was. Hij heeft de hele familie voorzien van oerdegelijke nostalgische, maar o zo handige stoven.

auke gees gezinOp zijn beurt kreeg Auke het moeilijk toen ze wegens lichamelijke klachten het huis niet langer konden bewonen (het lag diep beneden aan de dijk; je moest eerst een steile trap af naar beneden en dan nog wat steile traptreden weer omhoog) en hun intrek moesten nemen in een aanleunwoning in Zaandam, veel te klein voor het solide meubilair en Auke's timmergereedschap.

De familie én de familiegeschiedenis interesseerden hen in hoge mate en de Rozema-reünies waren hoogtepunten in hun bestaan, maar ook met een autotochtje naar 'it heitelân' deed je hen een groot plezier. In januari 2000 overleed Geeske, een zachte, vriendelijke vrouw. Auke bleef ontredderd achter en stierf in december 2002, moedig en vol vertrouwen in de God, met Wie hij zijn hele leven was opgetrokken.

Brief Auke aan zijn neef Teun

Brief Auke aan zijn neef Martin