Meintjes zusje:

Antje Rozema (1912 – 1992)

antjeL

Antje, of Anne zoals ze later wordt genoemd, is het zusje van mijn moeder. Ze wordt geboren op 23 maart 1912 in Delfstrahuizen en "emigreert" mee als haar ouders van Friesland naar Holland trekken. Ze groeit op in Zaandam. Anne en Meintje zijn echte zusjes, die veel met elkaar optrekken.

antje herman

Anne doet ook dingen die Meintje niet doet, zoals gymnastiek bij de christelijke gymnastiekvereniging Kracht & Vlugheid. Op een toernooi ontmoet ze Herman Roode. Ze valt meteen voor hem. Beiden zeggen onmiddellijk de gymnastiekvereniging vaarwel, maar niet elkaar. Veel sporttalent gaat overigens niet aan Anne verloren. Zelfs schaatsen is aan de Friezin niet besteed. Haar broer Teun helpt haar met de gladde ijzers, maar krijgt gauw genoeg van haar gestuntel. Hij geeft haar een zet en roept: Nou red je je kont maar.

Herman Roode woont bij zijn ouders op het Otterspad, in een bedrijfswoning tussen de loodsen van houthandel Dekker. Hij is een handige timmerman met een hart van goud. De vader van Anne is ingenomen met Herman, omdat hij een handige knul is. Als Herman geen werk heeft, timmert hij in de kelder van Anne’s vader aan een bed en meubels voor Anne, en later ook voor haar zuster Meintje.

Anne en Herman trouwen als zijn baas een nieuwe fabriek voor Verkade moet bouwen. Voor Herman betekent het zeker een jaar werk en op die zekerheid trouwen ze. Ook na het jaar blijft Herman bij zijn baas Kakes, tot hij eind jaren vijftig het zware werk van timmerman niet meer aankan en hij bij Waagmeester nieuw werk vindt.

Anne en Herman wonen in de Bleekersstraat, op het ‘rode’ Vissershop. Ze krijgen vier kinderen, allemaal jongens: Cornelus (geb. 1938), Jelte (geb. 1940), Herman (geb. 1946) en Teunus (geb. 1949). Omdat ze een gereformeerd gezin zijn temidden van socialisten en communisten, vallen ze wel op.

Breed hebben ze het niet. Anne is vaak bezig met het omdraaien of keren van kleding. Ze is een gesloten vrouw zonder een uitgesproken mening. De vroege dood van haar zuster Meintje grijpt haar erg aan. Ze heeft zich altijd erg aan haar zus opgetrokken. Haar man Herman kan geen nee zeggen en haalt zich daardoor veel klusjes en baantjes op de hals. Hij is ouderling van de gereformeerde kerk, koster van het kerkje in de Bleekersstraat - er waren geen diensten meer in de Bleekersstraat toen de Zuiderkerk geopend werd - voorzitter van de afdeling van de Bouw- en Houtbond CNV, lid van de bijbelkring en blokhoofd bij de B.B..

bijmeintje

Na de brand in het Zaansch Veem wordt Herman als uitvoerder belast met de herbouw. De klus is te zwaar. Hij krijgt pijn in zijn maag én in zijn arm. Zijn zwager Teun neemt zijn werk over en Herman wordt tekenaar bij Waagmeester, leuk werk maar wel met veel stress. Ondanks een eerder hartinfarct wordt op Herman beroep gedaan om voor een tweede keer ouderling te worden. Weer kan Herman niet meteen nee zeggen. Zijn verstand zegt nee, zijn gereformeerde hart ja. Na lang dubben zegt hij weer "ja" en moest het ouderlingenpak, waar inmiddels een motgaatje in de kraag zat, weer worden opgeperst en het gaatje worden gecamoufleerd met Oost-Indische inkt. Korte tijd later overlijdt hij, op vrijdagavond 7 augustus 1964, 52 jaar oud.

anne herman

Het leven van Anne stort ineen. Ze heeft het heel moeilijk, kan haar verdriet niet overwinnen, huilt heel veel. Een beetje troost komt er pas met de kleinkinderen. Een nieuwe slag treft haar als haar oudste zoon Kees overlijdt, nog maar 39 jaar oud. Ze schrompelt ineen onder de loden last, die het leven voor haar is geworden. Haar kinderen en kleinkinderen vinden het steeds moeilijker haar op te beuren. Ze raakt in de war en moet verhuisd worden naar het Hervormd Rusthuis van Zaandam. Daar is ze de koningin te rijk. Zo’n groot huis met zoveel hulp om haar heen heeft ze nog nooit beleefd. Ondanks haar harde leven overlijdt mijn tante Anne als een tevreden mens, 79 jaar oud.

Bij haar graf wordt een gedicht voorgelezen van haar kleinzoon Vincent Roode:

anne oud

Mijn oma is nu / overleden en ik / heb getreurd.
Maar voor haar / was het 't beste / dat ze nu heengaat.
Ik zal haar erg / gaan missen en / vooral haar lieve / blik met die / vrolijke lach.
Ik zal haar / altijd in mijn / gedachten houden. / Voor altijd