Meintjes oom

Tiede Rozema (1879 – 1955)

 

tiede

‘Omke’ Tiede was de oudere broer van Meintjes vader en kwam regelmatig over de vloer in het ouderlijk huis. De twee broers waren zeer op elkaar gesteld.

Tiede was de oudste zoon uit het tweede huwelijk van zijn vader. Hij groeide met broer Jelte en zus Gauke op in Oldelamer, een dorp een paar kilometer ten westen van Wolvega. Hij kon goed leren en de schoolmeester vond dat hij voor onderwijzer moest gaan studeren, maar daarvoor ontbraken de middelen. Toen hij een jaar of 16 was, liep hij weg van huis, later gevolgd door zijn broer Jelte. Ze hadden onenigheid met hun vader over diens drankmisbruik. Tiede ging varen bij Rederij Stanfries, die o.a. voer op Amsterdam, Antwerpen en Hamburg. Aan deze periode hield hij twee tatoeages over, op iedere onderarm een anker. Later schaamde hij zich er voor en liep hij nooit met opgerolde hemdsmouwen.

In 1899 werd hij ingeloot en ging in dienst als zeemilicien (matroos). Na zijn diensttijd ging hij werken bij de tram op het traject Bolsward-Lemmer als besteller van post en vracht voor een weekloon van acht gulden. In 1902 trouwde hij in Lemmer met Hiltje Visser, dochter van een Zuiderzeevisser, een 'pront wiefke', die hem vier kinderen zou baren. Bij de geboorte van hun eerste schonk Tiede haar een kinderwagen, een kostbaar bezit in die tijd. Toen een buurmeisje ermee uit wandelen ging en de wagen beschadigde, werd Tiede zo driftig dat hij de kinderwagen in elkaar trapte. Hiltje heeft nadien al haar koters moeten dragen.

Tiede promoveerde tot conducteur en werd overgeplaatst naar Bolsward. Toch was het geen vetpot en het rijke Holland lokte. Bij de politie in Zaandam werden oud-varensgezellen gevraagd. Tiede solliciteerde en werd op 1 augustus 1919 benoemd tot agent van politie. Het gezin verhuisde naar de Nieuwe Heerengracht 11 te Zaandam, een mooi Zaans huis met een groot erf, en Tiede deed straatdienst in uniform, de sabel aan de voorvork van de dienstfiets. Het waren roerige tijden met veel arbeidersonlusten. Tiede raakte gewond bij een van de schermutselingen en heeft daar op latere leeftijd veel last van gehad.

tiede lintje

Na vier jaar straatdienst werd Tiede overgeplaatst naar de recherche en tien jaar later werd hij hoofdagent en kreeg de leiding van de administratie. De verwonding maakte dat hij op 55-jarige leeftijd eervol ontslag kreeg. De krant deed daar uitvoering verslag van. Tiede en Hiltje gingen in Castricum wonen. Tiede werkte veel in de moestuin maar daarbuiten zag je hem altijd gestoken in het nette pak, hoed op en gewapend met zijn wandelstok. Ze fietsten vaak naar Zaandam, naar zijn broer Jelte. Toen deze in 1940 overleed was dat een grote schok voor Tiede. Ze hadden samen zoveel meegemaakt.

In de oorlog moesten ze hun huis ontruimen en keerden ze terug naar de Nieuwe Heerengracht in Zaandam, schuin tegenover hun vroegere woning. De hongerwinter was zwaar voor het echtpaar. Na de oorlog gingen ze terug naar Castricum en probeerden de draad van hun vroegere leven weer op te pakken. Maar de gezondheid ging snel achteruit. Ze werden beiden opgenomen in een verzorgingshuis aan de Koninginneweg te Amsterdam. Daar stierf Tiede in 1955, bijna 76 jaar oud. Hiltje werd bijna 80 jaar. Zij overleed in 1958. Ze zijn beiden in Zaandam begraven.

Kranten