Meintjes oudste broer:

Teunis Rozema (1909 - 2000)

teun laren

Teunis Rozema is de oudste broer van Meintje, geboren in 1909 in Echten en gestorven in 2000 in Zaandam. Als één woord zijn leven zou moeten kenmerken, dan is het de naam van de straat waar hij heel zijn getrouwde leven heeft gewoond: eendracht.

Hij is nog maar net vijf jaar oud als zijn ouders besluiten het arme Friesland te verruilen voor het rijke Westen. Teunis moet snel het Hollands aanleren, want na een jaar gaat hij naar de lagere school. Na de lagere school zit hij nog een jaar op de ambachtsschool en daarna volgt hij vier jaar de avondschool. Toen hij veertien was, ging hij werken. Zijn eerste baas was Jan Bakker. Daar verdiende hij in het begin 2 gulden voor een werkweek van 48 uur. Toen hij voor zijn baas met de handkar een sinterklaascadeautje naar diens verkering moest brengen, heel Zaandam door, werd Teun afgescheept met een dubbeltje fooi.

Hij bouwde mee aan veel huizen in de buurt waar hij nu woont: de Kopermolenstraat, de Tolstraat, Konijnenpad, de Leo XIII-straten, en verder de Houthavenkade, een houtloods voor Van Wessem en het Rooie Dorp in de Havenbuurt. Na Jan Bakker werkte Teun bij een hele vracht bazen. Bij Gorter, op de Hemmes, bij Steentjes, bij Steemeijer, bij Arend Bouwman. Het was inmiddels crisistijd en er was weinig werk. Teun: ,,Je liep alles af, alle werken. Ook 's winters - iedere ochtend stond je bij Kakes, om kwart over zeven. Om half acht kwam Corbaas pas uit z'n huis: ,,Nou ja - nog niks, jongens.''

Amateurfotograaf

In 1927 ontmoette hij Maria Valk, die aan het Zaagselpad (nu verdwenen; het was in de buurt van 't Ventje) woonde. Maria werkte als dienstbode bij fotohandel De Jong in de Westzijde. Ze was het liefst naar de Vakschool gegaan om te leren naaien, maar dat kon niet. Marie: ,,Mijn vader was ziek. Toentertijd had je natuurlijk geen ziekengeld en zo, dus het geld voor een vakschool, dat kon m'n moeder niet opbrengen.'' Bij De Jong hielp ze niet alleen in het huishouden, maar assisteerde in de fotohandel. Ze mocht ook helpen in de winkel maar daar was Teun tegen: dan moest ze ook op zaterdag werken. Wel raakte Teun door De Jong geïnteresseerd in de fotografie, wat zijn levenslange hobby zou blijven. Zijn eerste fototoestel was een 'dure' Kodak. Veel familiefoto's uit Zaandam en Friesland in de Rozema-albums zijn gemaakt met het eerste kastje van Teun.

Teunis en Maria trouwden op 30 juni 1932 en betrokken het huis in de Eendrachtstraat waar ze hun hele leven lang hebben gewoond. Het was tamelijk primitief en Teun heeft er dertig jaar lang aan vertimmerd. In wat nu de achterkamer is, waren bedsteden; er was een trapje naar boven, maar de zolder bestond uit één ruimte, waar Teun naderhand slaapkamertjes timmerde; er was een schoorsteen die niet gebruikt kon worden, er was een aangebouwd keukentje met een piepklein aanrecht, en achterin de wc met een tonnetje en: er was gas in plaats van elektriciteit. De leidingen voor het licht liepen over de zolder. Als een kind tegen die pijpen aanstootte, lag het gaskousje op tafel. Een huishouden zonder elektra betekende geen lampje bij je bed als je bang was in het donker, oppassen dat je boven niet te hard stampte, want dan ging het gaskousje stuk, met handkracht de wasmachine draaien, strijken met bouten op kachel of gas, schoonmaken met rolbezem en stoffer en blik, en voedsel wecken of in het zout doen. Aanleggen van elektriciteit kostte maar 30 gulden maar toch was het onmogelijk, want het huis stond op naam van Teuns vader Jelte Rozema. Teun en Marie betaalden hem de aflossing. Heit wilde geen elektra laten aanleggen: zelf had hij immers ook gewoon gas. Het heeft tot na de oorlog geduurd voordat er eindelijk elektriciteit kwam. In het huis aan de Zuiddijk kwam dat nóg later.

Crisisjaren

De beginjaren waren moeilijk. In de crisisjaren was het werk schaars. Soms was Teun werkloos en was hij aangewezen op steun. Als je lang genoeg had gewerkt, kreeg je steun van de bond, anders was je aangewezen op de crisis. In 1938 kreeg hij een long-abces. ,,Toen heb ik een heel tijdje in het dooienkamertje gelegen.'' De sociale voorzieningen waren hard: toen Teun een tijd ziek was geweest, werd de steun stopgezet. Teun: ,,Lig je in 't ziekenhuis, wat moet je? Je vangt nergens meer van. Uiteindelijk kreeg ik van 't burgerlijk armbestuur. Maar terugwerkende kracht was er niet bij, dus twee weken moesten we zelf zien te overbruggen. Bovendien: omdat wij een eigen huis hadden, kregen we geen 14 maar 11 gulden steun, en we waren verstoken van die bonnetjes voor goedkope groente en boter.''

In 1941 en '42 stierven Teuns vader, Maria's vader en haar zwager Gerrit, met wie ze een bijzonder goede verstandhouding had. Het jaar daarop volgde een nieuwe klap: Teun kreeg pleuritis. Eerst lag hij drie maanden in het St Jan-ziekenhuis. Om te herstellen werd hij overgebracht naar het herstellingsoord Bosch en Heide in Laren. In die treurige tijd toonde, ‘Reinbaas’ Kakes zich een reddende engel. Hij steunde het jonge gezin toen Teun daar in Laren zat, zonder werk en zonder recht op een verdere uitkering.

Teun was langer dan een halfjaar op nonactief. Ook de aanvullende uitkering van Hulp en Ziekte (van werknemers onder elkaar) was afgelopen. Maar bij Kakes kon Marie elke week centen komen halen, en later nog een brood ook. Teun is de rest van zijn leven altijd voor Kakes blijven werken en is hem levenslang dankbaar gebleven. Bij zijn veertigjarig dienstverband liet Kakes blijken die trouw te hebben gewaardeerd: hij kreeg de zilveren medaille behorend bij de Orde van Oranje-Nassau. Het was een grote verrassing voor hem. Op een zaterdag kreeg hij te horen dat hij zich aanstaande maandag moest vrij houden. ,,We wisten er niks van, in de Walvisch in de Zaanse Schans ben ik gehuldigd, samen met een collega.'' Tot zijn spijt zonder kinderen erbij, maar zo was Kakes nu eenmaal. Toen Corbaas en Reinbaas 25 jaar waren getrouwd werd een feest gegeven dat de hele nacht duurde - maar er was geen vrouw bij. Het afzwaaien van Teun bij Kakes gebeurde bij het honderdjarig bestaan van het aannemersbedrijf. Daar was Marie wel bij, maar naar voren gehaald, nee, dat werd ze niet.

Moeder in huis

teun gezin

In 1943 kwam opoe Valk (de moeder van Marie) deel uitmaken van het gezin. Die kon niet goed meer alleen kon sinds de dood van haar man. Ze bleef er negen jaar. De laatste jaren was ze dement. Haar verplegen was zo zwaar dat de dokter adviseerde haar in een verpleeghuis op te laten nemen, maar dat wilden Teun en Marie niet. Een van de dochters: ,,Ze bleven haar thuis verzorgen tot aan haar dood. Vooral voor moeder was dit heel zwaar. Het is al heel lang geleden, maar toch heb ik het gevoel dat het proces trager ging dan in een verpleeghuis het geval geweest zou zijn en dat opoe veel langer aanspreekbaar was omdat ze in een gezin was.''

Ook toen de kinderen het huis uit waren bleven ze wonen in hun huisje aan de Eendrachtstraat. Trouw en eendracht kenmerkten hen. Hoogtijdagen volgden elkaar op. De krant kwam regelmatig langs. Toen Teun stierf in juni 2000, waren de 68 rode rozen voor hun even zoveelste huwelijksdag al besteld. Uit eerbetoon aan zijn baas, reed de rouwstoet eerst langs het bedrijf van Kakes voordat koers gezet werd naar de algemene begraafplaats van Zaandam.

Uit: It Gouden Hert, nummer 2

Teun en Marie in de krant