Meintjes moeder:

Aukje Haven (1884 - 1977)

opoe roos

Ze is de oudste van de twee kinderen die Auke Haven en Meintje van der Sluis krijgen. Ze wordt op 22 september 1884 geboren in Munnekeburen en groeit op aan de Gietersevaart in Oosterzee. Het gezin woont in het laatste huisje, waar de vaart een slag maakt en het uitzicht eindeloos is.

Over haar achtergrond is niet veel bekend. Voordat ze naar het bejaardentehuis gaat, verbrandt ze alle brieven, ook die uit haar verlovingstijd. Ze vindt zichzelf niet belangrijk. Ze is de vrouw achter de man, maar als die man sterft, treedt ze naar voren om zijn plaats als het hoofd van de familie Rozema over te nemen. Die positie bekleedt Aukje 36 jaar lang met glans. Ze waakt over de hele familie. 

Aukje houdt zich niet alleen op de hoogte van het wel en wee van haar kinderen en kleinkinderen, maar volgt ook de verre familieleden in Friesland. De brievenhouder op haar schoorsteen-mantel puilt altijd uit met brieven van nichten, neven, tantes en ooms. Ze moeten door iedere bezoeker gelezen worden, ook al kent hij de afzender in het geheel niet. Alle brieven worden in een onverstoorbaar Nederlands uitvoerig beantwoord. Zie onder brieven.

aukje jong

 

wenskaart

Het Fries van opoe Rozema verwatert. Haar familie in Friesland ligt dubbel van de lach als zij krijgszuchtig verklaart dat als de Duitsers ooit durven terug te komen: 'dan skiete wij de moffen dea'. Ze bedoelt: 'dan schieten wij de moffen dood', maar ze zegt: 'dan schijten wij de moffen dood'. Het wordt een gevleugeld woord bij de familie Haven.

Naarmate de jaren verstrijken, nemen het aantal familieleden én de correspondentie af. Haar vader overlijdt in 1933 en in 1946 haar moeder, beter bekend als Beppe-met-it-skeep, naar aanleiding van de ingelijste foto waarop de oude vrouw poseert met haar rijkdom. De dood slaat ook dichtbij toe. Haar dochter Meintje overlijdt in 1955, haar schoonzoon Herman in 1964, haar kleinkind Kees 1977.

De kleinkinderen komen graag spelen en logeren in het bijzondere huis aan de Zuiddijk. Spannende elementen zijn de grote en de kleine kelder onder het huis, met daarin een timmermansbank, een slijpsteen en een schommel, het toilet met poepemmer, de steile trap omlaag en de trap omhoog, waar een plateau in zit en het ronde raam met bonte ruiten, dat een apart licht op de grote overloop werpt. Aukje wordt door haar kinderen Mem of Jo genoemd, door haar kleinkinderen steevast Opoe.

Sinds 1941, als ze weduwe wordt, heeft ze het grote huis helemaal voor zich alleen. Ze neemt inwoning, als aanvulling op het pensioen, maar ook voor de gezelligheid. De schuifdeur tussen de voor- en achterkamer wordt dichtgemaakt. De inwoning woont achter en heeft boven een slaapkamer. De keuken wordt gezamenlijk gebruikt. Een reeks beginnende echtparen maakt dankbaar gebruik van deze woonmogelijkheid.

aukjemarten aaltjeAukje blijft lang wonen in het huis aan de Zuiddijk. Tot 1970. Ze komt steeds vaker te vallen. Ze krijgt een plek in het bejaardentehuis Groenland, waar ze het uitstekend naar haar zin heeft. Aukje woont nog zeven jaren in Groenland. Ze overlijdt op zondag 30 oktober 1977, 93 jaar oud.

Brief van Aukje Haven aan Gé Bouma-Rosema, 1944

Brief van Aukje Haven aan Gé Bouma-Rosema, 1964

Brief van Aukje Haven aan Gé Bouma-Rosema, 1974