Meintjes vader:

Jelte Rozema (1882-1941)

fietsend

Hij wordt geboren op 22 februari 1882 in het Friese Oldelamer, als jongste kind uit het tweede huwelijk van zijn vader. Hij maakt zijn moeder Jacobje Bos maar twee jaar mee. Zij sterft op 29-jarige leeftijd. Volgens de familie was Jacobje een knappe verschijning, vooral vanwege haar fraai krullend haar.

Jelte groeit op in het kleine dorp Oldelamer, waar zijn moeder een winkeltje annex schenkerij runt, terwijl zijn vader met een beurtschip over de Friese wateren vaart. Jelte moet net als zijn broer Tiede en halfbroer Koop al vroeg de handen uit de mouwen steken en raakt zodoende snel vertrouwd met zeilen, jagen en sjouwen. Hij zit maar een paar jaar op de lagere school, net genoeg om te leren schrijven en rekenen. Het zijn magere jaren en iedereen moet mee helpen de kost te verdienen. Vooral ’s winters, als het schip ingevroren ligt, is er geen geld. Omdat ze goed kunnen klimmen, mogen de broers molens teren, maar veel levert dat niet op.

Als jonge knul vist hij al met Lemster botters op ansjovis en hij blijft schipper tot zijn 29ste jaar. Hij vaart op Hamburg (waar hij een losgeschoten baal op zijn nek krijgt) en Antwerpen, op de Stânfries tussen Amsterdam en Lemmer, en op een passagiersschip op het Zwarte Water: eerst als stuurman, later als kapitein. Ook vaart hij enige tijd voor Jelle Bakker, ligplaats Echtenerbrug en vent hij groenten in een hondenkar. Tatoeages in twee kleuren sieren zijn arm: een kruis, een anker en een hart - de symbolen voor hoop, geloof en liefde.

kerkje

Op 12 juni 1908 trouwt hij met Aukje Aukes Haven, die aan de Gietersevaart in Oosterzee woont. Hij is dan 26 jaar en heeft een baantje aan de vaste wal gevonden: koster van de gereformeerde kerk van Echtenerbrug. Het werk levert gratis wonen en tien gulden per jaar op. Jelte en Aukje geven er hun hervormde geloof voor opgeven en worden gereformeerd. Aukje doet het schoonmaakwerk en Jelte blijft voorlopig door varen tot hij een echte baan aan de wal vindt. Het huisje ligt in Echtenerbrug nr 98, pal achter het kerkje. Hier worden Teun en Meintje, de eerste twee van hun vier kinderen, geboren.

In 1911 krijgt Jelte een baan als hulp-brugwachter in Ritzumazijl aan het Harinxmakanaal. Drie maanden later wordt hij zelfstandig brugwachter. De brug is niet meer dan een ketting, die over de Pier Christaansloot is gespannen. Jelte moet tol heffen van de schepen die naar of van de Tjonger varen. In de kleine dienstwoning wordt het derde kind geboren: Antje.

jeltehond

In 1914 volgt hij het spoor van zijn broer Tiede en zijn halfbroer Koop en trekt hij naar 'Holland', waar de lonen hoger zijn. Jelte verdient als agent elf gulden per week, twee gulden meer dan in Friesland. Maar de prijzen in Zaandam zijn ook hoger. Bovendien is er geen groentetuin, geen melk van de geit en geen goedkope turf.

Omdat een diploma meer salaris oplevert, stort hij zich op het politiediploma. Jelte slaagt in 1919 met lof. Als hij in Utrecht het politiediploma met 'Aantekening' in ontvangst neemt, is hij op een na de beste van de school. Zes jaar later volgt zijn promotie tot hoofdagent.

Op zoek naar een groter tuintje verhuist het gezin enkele malen. Op 22 juni 1914 van Zuiddijk 118 (geen tuin) nemen de Rozema's intrek in Chr. de Wetstraat 9 (een tuintje) Hier wordt het vierde kind geboren: Auke. Op 27 november 1915 verhuizen ze naar Schapenpad 34 (iets grotere tuin) en in juli 1922 naar Zuiddijk 307, de helft van een dubbel woonhuis. Dit pand heeft Jelte weten te kopen voor 2850 gulden.

jelte gezinHet heeft een grote kelder en een kleine tuin, waar Jelte wat groente verbouwt. Zijn ideaal van een grote tuin bereikt hij pas vele jaren later als hij een stuk grond kan huren aan de Vredeweg in de Achtersluispolder. Maar Jelte is dan al ziekelijk, de bodem is hard en zwaar en hij kan het werk niet goed meer aan.

rozema stellen zuiddijkVader staat erop dat zijn vier kinderen de lagere school doorlopen. De twee meisjes gaan daarna naar de huishoudschool; de twee jongens naar de ambachtsschool. Het wordt steeds drukker in het huis als de kinderen verliefd en verloofd raken. Ze trouwen respectievelijk in 1932 (Teun met Marie Valk), 1935 (Meintje met Tinus Rep), 1936 (Antje met Herman Roode) en 1938 (Auke met Geeske Fortuin). Van de royale kelder wordt dankbaar gebruik gemaakt als feestzaal.

voorkamer

Met Jelte's gezondheid gaat het steeds slechter. Hij kan zijn 25 jaar dienstjaren bij de Zaandamse politie niet volmaken en gaat op 17 juli 1938 met vervroegd pensioen. "Ik meen dat 't zoo beter is voor mijn gestel", verklaart hij in een krantenbericht.

Hij fleurt niet op door zijn pensioen. Hij ondergaat een lang en slopend ziekbed. Op 7 juni 1941 overlijdt hij, 59 jaar oud. Hij wordt gedragen naar de begraafplaats aan de Zuiddijk, halverwege zijn huis en zijn tuin.

jrozemabegr

 

Brief van Jelte Rozema aan Anne en Grietje Rosema, 1937