Meintjes oom:

Andries Rozema (1876 - 1952)

andries gezinMeintjes vader heeft twee stiefbroers. De oudste is Andries, geboren op 11 januari 1876 in Oldelamer als enige kind van Theunis Rozema en Jeltje van Fleeren. Andries' moeder sterft als hij amper een jaar is. Zijn vader hertrouwt met een nicht van zijn moeder, Jacobje Bos. Zij schenkt hem drie kinderen: Tiede (1879), Gaukje (1880) en Jelte (1882), Meintjes vader. Ook Jacobje sterft jong, waarna Theunis trouwt met Antje de Vries ("beppe Antje"). Uit dit huwelijk wordt een vierde zoon geboren: Koop (1886).

Andries Niesje RozemaHoewel Andries goed met zijn halfbroers kan opschieten, scheiden hun wegen vrij snel. Grootvader Van Fleeren is timmerman/molenmaker en bij hem leert Andries de eerste beginselen van het timmervak. Daarna gaat hij in de leer in Wolvega, een dagelijkse wandeling van een uur heen en een uur terug. Later werkt Andries in Gorredijk, bij de gebroeders Eysinga. Die afstand is niet meer te belopen. Andries gaat in de kost bij De Jong, de slager van Gorredijk, waar hij in 1899 het meisje ontmoet, dat zijn vrouw zal worden: Nieze van der Muur. Slager De Jong is een van de adressen waar ze komt om te naaien. Niesje heeft een donkere uitstraling, donker haar en bruine ogen, in het dorp wordt ze uitgemaakt voor "jodinne". Haar ouders drijven een kroeg waar, zoals toentertijd gebruikelijk was, arbeiders worden uitbetaald en waar een deel van die magere loontjes bijna onmiddellijk wordt omgezet in drank. Nieze ziet al jong de ellende die daaruit voortkomt en wordt lid van de Geheelonthoudersbond. 

Andries en Niesje trouwen op 17 mei 1901. Voor de wederzijdse vaders zal het een merkwaardige bruiloft geweest zijn: Theunis Rozema, die graag van een slokje houdt en Van de Muur, die dat verafschuwt. Andries vestigt zich als timmerman-aannemer in Kortezwaag, waar het hem voor de wind gaat.

Er worden zes kinderen geboren, vier van hen blijven in leven. Dat zijn, in volgorde van opkomst: Jeltje, Anne, Geesje en Anneke. De ambtenaar van de burgerlijke stand van Opsterland neemt het niet zo nauw met de spelling. Hij schrijft Jeltje en Anneke in als Rozema (met een z), Geesje en Anne als Rosema (met een s).

andries groepJeltje (geb. 1902) wordt onderwijzeres. Anne (geb. 1906) aardt naar zijn vader. Hij draagt de Blauwe Knoop van de Geheelonthouding, werkt in de bouwwereld en brengt het technisch ambtenaar van de gemeente Rotterdam. Geesje (geb. 1909) werkt als verpleegster en ook Anneke (geb. 1913) wordt onderwijzeres.

Andries was een hardwerkende man, die niet veel sprak. Hij was altijd aan het werk en kwam maar eens in de vier weken een weekeinde thuis. Het harde werken werd wel beloond. Vroegtijdig kon Andries een royaal huis kopen in Kortezwaag en gaan rentenieren.

Kleindochter Grietje herinnert zich het grote huis aan het Wegje in Kortezwaag heel goed, want ze kwam er dikwijls in de zomervakanties. Het huis was de voorkant van een boerderij. Er achter was een grote boerenschuur, waar de boeren uit de omgeving tegen een vergoeding hun landbouwwerktuigen konden stallen en waar haar grootvader zelf ook nog een timmermanswerkplaatsje had. Bij de boerderij hoorde een heel groot stuk grond met een boomgaard en groentetuin, die zich uitstrekte achter de andere huisjes aan het Wegje. Van het grote huis herinnert Grietje zich vooral de "mooie" voorkamer, waar dus niet gewoond werd en waar boven de schuifdeur de portretten hingen van pake Teun Rozema en beppe Antje.

In 1952 verschijnt de volgende advertentie in de krant:

Tongersdei 17 Maeye sil it 50 jier lijn wêze, dat ús beste âlden, pake en beppe ANDRIES ROZEMA en NIESJE VD MUUR to Koartsweagen boaske binne.

Bern en Bernsbern. Gjin drokte.

[Donderdag 17 mei is het 50 jaar geleden, dat onze lieve ouders, opa en oma Andries Rozema en Niesje v d Muur te Kortezwaag getrouwd zijn.

Kinderen en kleinkinderen. Geen drukte]

Niet lang na deze kalme bruiloft (geen drukte, geen drank) overlijdt op 7 augustus 1952 te Kortezwaag Andries Rozema, 76 jaar oud.