hermanroode verzamelaar

Toen hij in 1984 thuiszat na een knieoperatie, ging Herman Roode zo nijver pijpenkoppen verzamelen, dat de plaatselijke krant bij hem op bezoek kwam. De Zaandammer vertelde dat iedereen wilde weten hoe hij eraan gekomen was en hoe oud ze waren.

De oudste stamde uit 1625 en was gevonden in de grond bij het Voorslagterrein. Zijn zoons gingen terug en Herman had vanwege zijn knie alle tijd om ze schoon te maken en de herkomst op te zoeken.

De krant kwam 25 jaar later weer langs bij Herman. Die was nog steeds aan het verzamelen. Geen pijpenkoppen meer, maar slakkenhuisjes.

hermanroodepijpenkoppen

DOOR PETER BEUDEKER

ZAANDAM - Pijpenkoppen verzamelt Herman Roode al lang niet meer. De 63-jarige Zaandammer heeft nog een stuk of vijftig waardevolle exemplaren in een kistje op zolder liggen. De rest van de 180 pijpenkoppen heeft hij weggedaan.

Roode is bij toeval pijpenkoppen gaan verzamelen. Hij zat destijds na een meniscusoperatie thuis met zijn voet omhoog en had niets om handen. Zijn zoons Vincent en Marcel speelden in de grond die was gestort op het even verder gelegen Voorslagterrein. Ze vonden daar steeds meer pijpenkoppen en namen die mee naar huis. "Aan de hand van de merktekens kon vastgesteld worden wie ze had gemaakt en de grootte bepaalde hoe oud ze waren. Later werden de koppen wat groter, omdat de prijs van de tabak toen omlaag ging. Ik heb dat allemaal opgezocht in een boek in de bibliotheek, want ik wist er eerst niets van."

De 'pijpenkopgekte' was snel voorbij, maar het verzamelen niet. "Vroeger ging ik met mijn vrouw Hennie en de kinderen vaak naar de eilanden. Langs het strand vind je van alles. Vogelkoppies, tanden van beesten en schedels. Zochten we later de afkomst uit."
Toen hij in 1984 thuiszat na een knieoperatie, ging Herman Roode zo nijver pijpenkoppen verzamelen, dat de plaatselijke krant bij hem op bezoek kwam. De Zaandammer vertelde dat iedereen wilde weten hoe hij eraan gekomen was en hoe oud ze waren.

De oudste stamde uit 1625 en was gevonden in de grond bij het Voorslagterrein. Zijn zoons gingen terug en Herman had vanwege zijn knie alle tijd om ze schoon te maken en de herkomst op te zoeken.

De krant kwam 25 jaar later weer langs bij Herman. Die was nog steeds aan het verzamelen. Geen pijpenkoppen meer, maar slakkenhuisjes.
Zijn brood verdiende Roode met hele andere zaken. Hij leerde op de ambachtschool voor metaalbewerker. Na tien jaar bij Verkade te hebben gewerkt, kwam hij bij de beroepsbrandweer in Amsterdam.

Natuurmuseum

Hij is net als zijn vrouw heel actief op vrijwilligersgebied. Roode fluit al tientallen jaren bij het volleybal, helpt onder meer bij gehandicaptenvervoer en zit vijftien jaar als vrijwilliger bij het Natuurmuseum. Officieel als onderhoudsman, maar hij is betrokken bij tentoonstellingen, lezingen, rondleidingen door het Guisveld en bij extra activiteiten voor kinderen, zoals het waterdieren uit de sloot vissen. Weekdieren, op insecten na de grootste diergroep, hebben al veertig jaar zijn belangstelling.

"Het is begonnen toen ik met mijn vrouw op Terschelling een slakje vond. Op zich heel opmerkelijk, want thuis hadden we vroeger niets met natuur. Insecten, vlinders en vogels interesseren me ook, maar daar weet ik veel minder van. Ik ben gespecialiseerd in de Europese land- en zoetwaterslak."

Ook in de vakanties is hij hiermee bezig. Vorig maand is hij met zijn vrouwen een groep leden van de KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuur Vereniging) naar Hongarije geweest. "We hebben eerst twee weken excursies gemaakt en de mooie gebieden uitgepluisd. De een weet wat van planten en de ander van slakken. Daarna zijn we twee weken op eigen gelegenheid fietsend en wandelend door dit land getrokken. Ik heb een aantal nieuwe slakken gezien. Dan zoek ik daarna de lege huisjes voor mijn verzameling. In Nederland heb je ruim honderd soorten, in de hele wereld wel 100.000. Ik ben eens op de Filippijnen geweest. Als je ziet wat daar op het strand ligt, dat maak je nergens mee. Meestal blijven we in Europa. Slakken vind je in Nederland bijna overal, ook in het bos. Limburg is een van de rijkere gebieden, omdat daar meer kalk in de grond zit. Op de heide zitten er weinig. Daar is de grond zo zuur dat je goed moet zoeken."