Enne Rozema (1914 - 1988)

Enne

Hij dronk wel eens een borrel te veel, hij reed wel eens een scheve schaats, maar zijn hart was groot. En rood. Als jongeman in Leeuwarden was hij bewonderaar van de anarchist Domela Nieuwenhuis en actief lid van de revolutionaire antimilitaristische   IAMV. Als oudere man in Amsterdam bestookte hij een lange reeks notabelen, tot de koningin aan toe, om de sluiting van een Jordaanse zorginstelling  te voorkomen. Want hij bekommerde zich graag om mensen, als kok, schrijver, actievoerder en als entertainer. Op feestjes en verjaardagen had hij altijd wel een geintje paraat.

Hij werd een ware Jordanees, maar naar zijn geboorteplaats, Leeuwarden, heeft hij zijn leven lang terug verlangd. Hij keerde er heel vaak naar terug, daadwerkelijk, maar vooral in de korte nostalgische verhaaltjes die hij sinds zijn 24-ste schreef. Toch was ‘vroeger’ geen paradijs voor hem. Armoede, moeder verloren toen hij 8 jaar was, vader dronk, opgevoed door grootmoeder, zonder enig diploma de grote, wijde wereld in. Moest trouwen met het Amsterdamse dienstmeisje dat hij in het Joodse sanatorium Apeldoornse Bos ontmoette. ‘Ik ben één keer met die kleine mee geweest en het was gelijk raak’, zou zij later aan haar enige zoon John vertellen.

Enne Gro Rika David en Mina

John, de jongste van vijf kinderen en de enige zoon, is erg op zijn vader gesteld – andersom trouwens ook – en kan veel over zijn vader vertellen, maar interessanter is het wellicht om Enne zelf aan het woord te laten. Kort voor zijn dood werd hij geïnterviewd naar aanleiding van de tientallen stukjes, die hij al 50 jaar als hobby schreef, te beginnen in Het Friese Krantsje.

‘Ik schreef in dat blad in het Nederlands, maar dan wel op z’n Leeuwardens, dat is Stadsfries’, vertelt Enne Rozema. ‘Tegenwoordig schrijf ik, behalve af en toe voor de Buurtkrant (die hebben niet elke maand genoeg ruimte) ook wel voor het krantje van buurthuis Verzet en voor de huiskrant van De Bogt. Schoolopleiding heb ik weinig: ik werkte vroeger als kappersleerling, als bloemenventer en vanaf m’n 20ste altijd als kok, ongediplomeerd.

Op m’n 17e was ik werkloos, en toen maakte ik met een vriend een voettocht naar Marseille. We deden er een half jaar over, en we verdienden de kost met zelfgemaakte ansichtkaarten in het Frans, Duits en Engels. ‘Te voet door de wereld’ stond erop. Wij sliepen bij boeren; dan kregen we vaak te eten. In Marseille probeerden agenten ons voortdurend te strikken voor het vreemdelingenlegioen; er was toen oorlog in Abessinië. Het werd ons daar te link, en we zijn met hulp van de consul weer gauw richting Holland gegaan. Later was ik nog een tijdje zeeman: kok aan boord. Dat was niks; ik was dag en nacht doodziek van de zee. In Antwerpen ben ik hem gesmeerd, van boord weggelopen.’

apeldoornse bos

M’n vrouw en ik hebben elkaar voor de oorlog ontmoet in Het Apeldoornse Bos, een Joodse psychiatrische inrichting. Ik was daar kok en zij dienstmeisje. Zij is een echte Amsterdamse, en we hebben jaren lang in de Jordaan gewoond. Tot ik zo’n vier jaar geleden een beroerte kreeg, toen konden we tenslotte hier een benedenwoning krijgen van de Dageraad, in de Oostzaanstraat. We vinden de buurt hier prima. We hebben een goede trap, en fijne buren. Alleen tocht de woning vreselijk. Misschien gaat daar eindelijk iets aan gebeuren. Wel jammer is, dat de buurtwinkels veel te duur zijn.

Sinds mijn beroerte kan ik niet goed meer lopen. Met de buurtbus ga ik 3 x per week naar De Bogt voor fysiotherapie. Het zou een ramp zijn als de buurtbus zou verdwijnen. M’n vrouw, die ook al 71 is, kan me niet 3 x per week het hele eind met de rolstoel duwen, zeker niet in de winter. De buurtbus moet zeker blijven!

Ik ben niet zo’n prater. Ik kan gemakkelijker schrijven dan praten, en je wilt toch wel eens je woordje doen. Toen door de bezuinigingen van Brinkman de therapie moest verdwijnen uit de Bilderdijkstraat, heb ik daar veel over geschreven. Ingezonden stukken, en ook brieven o.a. aan de koningin en aan de burgemeester. Van Van Thijn kreeg ik nooit antwoord, wél van de koningin. Ze was het met me eens; ze zou de bevoegde instanties waarschuwen. Maar dáár koop je niet zo veel voor.

Als ik schrijf komen de herinneringen allemaal weer terug. Dat is typisch. Ik schrijf gemakkelijker  over vroeger, over Friesland. Ook wel over de Jordaan. Net wat in je hoofd op komt. Als een idee komt, dan schrijf ik het binnen een halve dag op. Maar ik schrijf wel minder dan vroeger. Ik heb al tien jaar een schrijfmachine, een tweedehands Underwood. Af en toe een nieuw lint kopen, en nieuw type-papier, en dan kan ik weer vooruit. Ik typ gemakkelijker dan ik schrijf.

We staan ingeschreven voor De Bogt, maar we zijn bang dat het niet door gaat. M’n vrouw is nog te goed; ik kom er zó in. Maar wij samen, dat mag waarschijnlijk niet. En we gaan toch echt niet uit elkaar.

Enne gezin2

Lees ook:

Zo gezellig in de Jordaan

Jelle’s Kerstfeest